Tell (a) Tale

23.09.2023

Event

Op zoek naar een gevoel van thuisbehoren in elkaar

In gesprek met het sporadisch collectief

Het is 23 september 2023 rond drie uur ’s middags in de expositieruimte van RUIS wanneer ik een liefelijk gesprek heb met de leden van een jong collectief. Althans, zijn ze dat? Ik zie een groep die oog heeft voor elkaar en de moeite neemt om elkaar te begrijpen. Voor mij nemen op een rij stoeltjes vijf jonge kunstenaars plaats en het voelt alsof ik met een veelzijdige inclusieve band praat. Max, Mel, Mees, Ingmar, Ettie en Martine studeerde vorig schooljaar af aan ArtEZ in Arnhem. Max, Mees en Ingmar deden dat aan de richting BEAR (Base for Experiment, Art and Research). Ettie en Mel aan de richting Creative Writing. RUIS verwelkomde het collectief voor een werkweek aan de Hertogstraat, waaruit de expo ‘PLEASE DON’T MISS US THIS TIME’ voortvloeide. Martine (zij/haar) is net als iedereen een prominent lid, alleen moest helaas deze werkweek missen. Max nodigde de anderen uit om ieder een individueel kunstwerk mee te nemen, om vervolgens elkaar de ruimte te geven om verder te borduren op de desbetreffende werken. Als een soort canon.

Hoe zit een sporadisch collectief in elkaar? 

Max (die/diens/hun/hen): Ons sporadisch collectief ontstond anderhalf jaar geleden toen we eenmalig bij elkaar kwamen in het kader van een schoolproject. Dat beviel erg goed. We kenden elkaar nog niet heel goed, de een beter dan de ander. Desalniettemin was er gelijk veel vertrouwen in elkaars werk, plus er kwamen direct hele interessante kunstwerken uit de samenwerking. Toen we de mogelijkheid kregen om nog eens samen te komen voor een werkperiode dachten we ‘’Waarom ook niet!?’’. Ik kreeg contact met RUIS en heb iedereen gevraagd om nog een keer mee te doen. ‘’Zijn we nu dan een collectief nu we weer samen zullen optrekken?’’ Dat voelde iets te definitief, omdat we ook heel verscheidend werk ernaast doen en onze individuele praktijk erg waardevol vinden.

Ingmar (hij/hem): Ik denk dat het sporadisch collectief ook niet zou kunnen bestaan zonder dat we individueel werk maken. We werken vanuit zoveel verschillende invalshoeken. Die ruimte voor onze eigen praktijk is daarin erg belangrijk. Als we dan weer bij elkaar komen hebben we goede input voor het collectief. We kunnen elkaar hiermee verrassen. Als je de hele tijd met elkaar bezig bent, bouw je ook constant voort op hetzelfde. Wanneer het sporadisch is, heb je dat veel minder.

Hoe verrassen jullie elkaar?

Mees (hij/hem/hun/hen): Doordat we écht hele verschillende praktijken hebben. Verschillende disciplines gebruiken. Hele verschillende manieren van denken. En we hebben niet de insteek om dat in lijn met elkaar te krijgen. Iedereen brengt een geheel eigen perspectief mee, en dat is áltijd verrassend. Wanneer je je werk als kunstenaar aan een ander in de groep geeft, en iemand doet daar compleet diens eigen ding mee, dan verrast dat omdat je zelf niet meer in het werk zit. Voor jezelf heeft het een eigen betekenis, en voor de volgende compleet iets anders.

Zo was er een herinterpretatie/parodie van K3’s ‘Alle Kleuren Van De Regenboog’ te zien waarin Max, gekleed in gouden tutu het publiek toezong over een bestaan in de kunstwereld als jonge maker. In de songtekst werd een humoristische afweging gemaakt tussen het creëren van toegankelijke kunst en het aansnijden van schokkende maatschappelijke thema’s. Daarnaast werden er in de tentoonstelling ook persoonlijke, soms ongemakkelijke en emotionele versjes door stalen buizen gefluisterd, waaraan het publiek kon luisteren. Daardoor ontstond een soort afstandelijke intimiteit terwijl je luisterde naar genderkwesties en verboden liefdesverhalen. Ettie omarmt de kleine gelukjes in het leven als ze uitlicht hoe de fietsenmaker een fiets als ouderlijk figuur heelt. Op Ingmar zijn buik is een smartphone bevestigd waarop je kunt kijken naar performance experimenten.  Maar er is één dominante thematiek: de werkende man. Zo heeft elk lid een stuk textiel aan hun schouders opgespeld waarop een werkpak getekend is met zwarte stift. Is dat kostuum allemaal ‘een werkende man’ voor jullie en wat betekent het om zo’n uniform te dragen?

Mees: Ja, dat zit best wel in het werk. Max hun kostuum ging over het zijn van de kunstenaar. Het kostuum van Ingmar is duidelijk een werkende man.

Ettie (zij/haar): Het uniform is best wel een flinke thematiek in deze expositie geworden. Ik denk dat het ontstond omdat er in ieders individueel werk een uniform verwerkt zat. Het voelt alsof je voor even iemand anders kan zijn, of doen alsof je iemand anders bent.

Hoe heb jij het pak ingezet, Mees?

Mees: Ik ben in transitie op dit moment. Ik ben daarbij heel erg op zoek naar wie ik ben en wil zijn. Kleding is daarvoor bij mij een heel belangrijk middel. Hoe ik mij aankleed voelt als een soort manifestatie van hetgeen wat er altijd in mij heeft gezeten naar buiten te brengen. Toen ik het houten pak aantrok dacht ik: ‘’Ja, nu ben ik écht een werkende man!’’ Maar ik ben tegelijkertijd ook helemaal geen werkende man. Ik verdien weinig geld aan m’n kunst. Door een handicap heb ik geen werk en inkomen. Het doen alsof ik een werkende man ben werd des te meer interessant. Hoe doe ik eigenlijk zoiets? Performen met een nummer wat over werken gaat, en die tegelijkertijd verbonden is aan de dragscene. Verder googelde ik toen een plaatje van een werkende man, en ben het maar gaan proberen. Dat proces resulteerde in een van de performances.

Mel: Doen alsof. Rollen aannemen. Dat is een rode draad in deze week geworden.

Mees: Een identiteit aantrekken, en ook weer uitkleden. Vandaar dat het ongemakkelijke proces

Ingmar: Ik ben niet de aangewezen persoon om zomaar iets te maken over transities of over drag. Maar als we elkaar dan de kans geven om te reageren op elkaars werk, is het toch heel mooi dat er dan een opening ontstaat in onderwerpen die jou niet direct aangaan.

Max: Dat is de kracht van ons collectief. Dat we niet bang zijn om ons werk uit handen te geven en niet bang zijn om met iemand anders werk aan de haal te gaan.

Mees: Ettie, hoe is het voor jou om in de rol van ‘de werkende man te kruipen’?

Ettie: Nou, wanneer je net afgestudeerd bent lijkt er verwacht te worden dat je het kunstenaarschap ineens ‘moet kunnen’. Maar wat is dat werken nou als kunstenaar? Vooral ook als je er nog geen werk mee verdiend. Er zitten gekke regels aan werk verbonden.

Het sporadische collectief werkt intiem samen. Een samenhorig geheel die ieder hun kritische houding vormgeven in lichaamstaal. Zo ook hun reacties op elkaars werk, zorgen voor een gelaagd nieuw werk waar het oude als het ware gesampled wordt herschrijven als het ware het oorspronkelijke werk. Ze lijken elkaar beter te leren kennen door creatief geëngageerd te zijn met elkaar. Ze stappen in elkaars schoenen en proberen zorgvuldig dichtbij elkaars perceptie te komen. Hiervoor deden we een oefening: een vraag, en je reageert als de persoon die links van je zit. Wat voor een lichamelijke handeling zou je zijn?

Max, als Ettie: Ik verbeeld mij een voordracht in een treincoupé. Met een opgevouwen briefje. Aan de persoon die tegenover mij zit.

Ettie, als Ingmar: Een performance waarin ik iets in elkaar zet, van hout. Daarnaast klinkt er audio. En het publiek laat ik mee timmeren.

Ingmar, als Mel: Daar waar de geschreven teksten zich direct vertalen in lichaamstaal. Waardoor de emotie direct juist wordt uitgedrukt.

Mel, als Mees: Een performance in de buitenlucht. Een performance waarin het publiek wordt uitgenodigd om mee te doen. Actief uitgenodigd. Ze krijgen dan een stuk textiel wat overblijft uit de performance, een stuk waar ze verder thuis mee aan de slag kunnen.

Mees, als Max: Héle grote gebaren op een hele knullige plek. Wat die knullige plek zou zijn weet ik ook niet zo goed, maar het liefst zo knullig mogelijk! En zo groots mogelijk de gebaren!

Mees, als Martine: Een liefdevolle samenkomst waarin iedereens gedachtespinsels welkom zijn. Een samenkomst met rust en verstilling. Daarbij aandacht voor een fenomeen wat op dat moment de interesse trekt; een rivier, of mos! Of nog abstracter en grootser. Bijvoorbeeld het menselijk samenzijn met de lucht.

De bevestigende lachen die tevoorschijn komen en de aandacht waarmee zij deze antwoorden geven laten de betrokkenheid en liefde voor elkaar zien en het werkt groots gezegd hartverwarmend op mij. Ik wilde verder varen op deze wolk aan eigenzinnige energieën en stelde alle leden de volgende vraag: welk moment uit de week in samenwerking met RUIS en POPOP, en vooral ook met elkaar, zou je willen uitlichten?

Max: De tweede dag, waarop we onze gemaakte werken doorgaven aan elkaar. Je eigen werk loslaten en volledig in de huid van de ander kruipen.

Ettie: Einde van de dinsdag schrok ik een beetje, zo van: ‘’Oh, hebben nog maar één dag, de ruimte is een beetje leeg..’’ Maar op woensdag kwamen die werken allemaal op hun pootjes terecht en was de ruimte ineens vol, daarnaast zag je ineens al de links tussen de werk en ik dacht: ‘’WOW!’’ Zo mooi dat ineens in een korte tijd er iets kan zijn wat je twee dagen lang aan het vormen bent, maar dat dan nog niet echt ziet.

Mel: Ik vind al die dingen die jullie noemde ook geweldig! Maar voor mij was het samen lunchen, koffie en thee momenten. Samen buiten struinen. Stof en kennis uitwisselen met elkaar. Herkenbare moeilijkheden uitwisselen die we deelden. Ik heb het idee dat ik jullie allemaal zoveel beter ken dan na die eerste sessie. Echt verbroedering!

Ingmar: Voor mij was het moment waarop het idee van ‘de held op sokken’ of iemand worden die je misschien niet helemaal bent, naar voren kwam. Ik vind het een heel goed concept voor een show. Heel opmerkelijk hoe we onszelf dat plots hadden gegeven!

Mees: Voor mij zat er privémoment tussen dat mij heel erg raakte. Ik had een werk meegenomen waarin thema’s werden aangedragen die ik nog nooit in mijn kunstpraktijk had laten zien.

Was dat het werk waarin je je oude naam op visitekaartjes doorstreept en vervangt voor je nieuwe naam? Hoe was het om Ingmar zijn reactie te zien?

Mees: Ja! Ik was meteen heel benieuwd wat er met dat werk zou gebeuren. Ingmar zei ook meteen dat hij het heel spannend vond om daarmee aan de slag te gaan. Alleen toen ik zag wat hij er mee deed, hoe die video’s gemaakt werden, voelde ik mij opgevangen en welkom. Dat was een heel bijzonder moment, ik ben er zo dankbaar voor.

Tekst & foto’s: Daan Princen